dinsdag 31 maart 2015

Golem, een 'faction' thriller

In het vraaggesprek met Gie Goris tijdens de boekvoorstelling in Antwerpen, vuurde de hoofdredacteur van MO* Magazine een reeks interessante vragen op me af, de ene al steviger dan de andere. Ik heb mijn antwoorden daarop genoteerd:

Golem is een faction thriller: in de Angelsaksische wereld is dat een samentrekking van facts & fiction. En ja, natuurlijk gebruik ik de feitelijke toestand op het terrein. Die speelt een wezenlijke rol in het verhaal. De personages worden er door gedreven in hun acties en hun overtuigingen net zoals dat in het echte leven het geval is. Mensen worden beïnvloed door de context waarin ze leven. Ze proberen die wel naar hun hand te zetten maar als het gaat over de politiek is hun hefboom meestal beperkt tot het stemhokje. En dat zadelt hen op met frustraties, gevoelens van desillusie, van hopeloosheid zelfs. 

Niets is zo interessant om neer te zetten in een boek als mensen die met frustraties worstelen:

"En toch mis ik God. Het is dan dat ik me afvraag waarom hij ons Palestijnen heeft verlaten."

"Je mag dat niet zeggen Nasr," bracht Samir in, "Allah is overal en altijd aanwezig."
"Samir, kom, we hebben dit gesprek al meer dan eens gehad. Het is meer dan vijftig jaar geleden dat mijn familie van zijn geboortegrond werd verdreven. We zijn intussen al ettelijke malen op de vlucht gemoeten. Mijn familie leeft verspreid over meer dan zeven landen. Niemand wil ons hebben. En het wordt steeds erger. Jij kunt me niet vertellen dat Allah ons niet heeft verlaten, want dat heeft Hij wel. En waarom, dat weet alleen Hij -zelf. Want wij Palestijnen zijn niet beter of slechter dan de Arabieren of de Egyptenaren of jullie Algerijnen. Waarom dus? Aan mij wil Hij het duidelijk niet zeggen."
"Het is de waarheid die van jouw Heer komt", reciteerde Samir.
Nasr negeerde hem en richtte zich tot Aart. "Is Satan misschien een Palestijn? Is de kwade djinn[1] uit een Palestijnse moederschoot gekropen om zijn verderf in de harten van de mensen te storten en wil God ons daarvoor straffen? Nochtans is zelfs dat afgrijselijke wezen respect verschuldigd aan Hem. De koran zegt het. Goed en kwaad zijn door Hem gemaakt. Er is gewoon geen goddelijke verklaring voor een halve eeuw rampspoed. Er zijn alleen talloze wereldlijke verklaringen. De ene al banaler dan de andere, vrees ik."


[1] Djin: goede of boze geest, gesitueerd tussen engelen en mensen


De frustratie van Nasr, een Palestijns vluchteling, is die van vele Palestijnen. Omdat hij echter opgegroeid is bij erudiete en zeer belezen ouders, beschikt hij over een rijke gedachtewereld en een grote culturele achtergrond. De omstandigheden waarin zijn familie op de vlucht is moeten gaan hebben hem veel tijd gegeven om na te denken. Dat alles maakt dat zijn Algerijnse vriend Samir geen partij is in een discussie, maar als dan de hoofdpersoon Aart hem allerlei vragen stelt, dan maakt dat van alles in hem los en er volgt in snel tempo een bijna-monoloog waarin een behoorlijk stuk van die frustratie eruit komt. Als lezer voel je de spanning en de passie achter zijn vertoog omdat het een aangrijpend verhaal is dat er achter zit. En Aart, die voelt zich ook aangesproken. Met uiteindelijk dramatische gevolgen voor zijn eigen leven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten